Theater op en na de Dam

Oké, 4 mei. Dodenherdenking. Een dag die altijd terugkomt en natuurlijk is dat belangrijk. Nou ja, natuurlijk. Maar het is ook gewoon een dag waarop gewerkt en gegeten moet worden. Wat staat er vandaag op de planning? Vergaderen, plannen maken, eten bij Manouk (en dat is toch altijd een feestje voor de mond) en dan naar de Dam. En dan na de Dam nog naar het Theater na de Dam. Gedsie, een feestje voor de mond is echt een smerige uitspraak. Maar goed, genoeg te bespreken dus.
In Amsterdam Oost Proost schijnt de zon en daarom bedacht Manouk een zomers gerecht. En dat kwam vrijwel geheel uit blikjes; maïs, bonen, gepelde tomaten, quacadilllo kruiden of zo iets. Echt een aanrader! Na de koffie snel naar de Dam fietsen. Manouk hijgt terwijl we langs Artis racen nog iets over het kopen van een nieuwe fiets, vanwege alle hoge piepgeluiden die niet uit de volière van de dierentuin komen.

Zij deden niemand kwaad, maar er was in Nazi-Duitsland geen plaats voor hen

Manouk zegt, terwijl we onze fietsen tegen een brug zetten: ‘wanneer kunnen we de kaarten ophalen?’ Ik: ‘Ja, dat is dus heel goed geregeld; dat kan precies in de tijd dat we op de Dam staan.’ Manouk: ‘Dus voor het theater Na de Dam kan je niet naar de Dam?’ Ik: ‘Inderdaad, dat is hetzelfde als bij de fietsenmaker groente kopen. Onmogelijk’.
Bij de Dam is het goed geregeld, grote schermen, veel politie. Wat ons alleen opvalt is dat er maar één mannetje met een verrekijker op het dak van de Groote Club staat. Dat lijkt ons wat weinig voor zo’n overvolle Dam. Nadat de Koning en Koningin de eerste krans hebben gelegd (we zagen hun achterhoofden heel goed tussen alle mobieltjes door), houdt de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb een persoonlijke toespraak. ‘Stel je eens voor’, zegt hij tegen de kinderen op de Dam, ‘dat je in een klas zit die steeds leger wordt. Dat de juf of meester vertelt dat Esther, Bram en Marianne niet meer naar jouw school mogen omdat ze ‘anders’ zouden zijn; 686 joodse kinderen uit Rotterdam zijn vermoord in de vernietigingskampen’. Terwijl de Koning het defilé opent, knikje hier, knikje daar, piepen wij er tussen uit. We moeten toch op tijd die kaarten ophalen.

Schlaf, Kindlein, Schlaf, Ich bin ein Epitaph

En hoera, wat een feest, er is nog plek in het Compagnietheater. We zien de opera Der Kaiser von Atlantis, van de jonge theatermaker Robin Coops. We hadden ons niet goed voorbereid, wat eigenlijk de taak van Manouk is, maar zij is echt te lui geworden, zodat ik me een uur heb afgevraagd wat de voorstelling over een heerser van Atlantis die zich opoffert zodat iedereen kan sterven in hemelsnaam te maken heeft met de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Als we in De Engelbewaarder nog wat drinken komen we er achter dat de componist Viktor Ullmann het stuk schreef terwijl hij gevangen zat in Theresienstadt. Later zou hij worden vermoord in Auschwitz. Met die gedachte in het achterhoofd kijken we toch heel anders naar de voorstelling. Door de muziek, de kracht van de lampen die steeds worden verplaatst, en het diepgaande spel wordt de intense sfeer van de dood en het verderf aan de toeschouwer getoond. De sfeer is dreigend, maar één ding maakte ons blij. De voorstelling duurde een uur. Wat een heerlijk gegeven. Inhoudelijk goed bezig zijn en dat alles in een uur, fantastisch.
Nadat we alle bekenden begroet hadden (hoi… hoi… ja goed! Laten we zoenen… Smak, smak… We doen er drie… Nee, we doen er vijf) konden we weer naar huis. Morgen weer een zonnige dag, waarop we vieren dat we vrij zijn. Oh nee, waarop we gewoon moeten werken. Ook goed.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s